Blog#51
Liever alleen
Over niemand nodig hebben, over stoppen met hopen op verbinding, en verlangen naar nabijheid.
De macht van de onschuld
Afgelopen weekend zat ik in het theater. Naast mij zaten twee dames die tijdens de voorstelling steeds bleven kletsen.
Ik voelde de irritatie oplopen. En nog sterker voelde ik de aarzeling om er iets van te zeggen. Stel dat ze boos wordt. Misschien overdrijf ik wel en is het veiliger om mijn mond te houden.
Na een half uur gekwebbel had ik toch de moed verzameld. Ik boog me iets opzij en zei vriendelijk: 'Zou je iets zachter willen zijn? Ik hoor jullie steeds praten.'
Ik kreeg een strenge, bijna verontwaardigde blik terug. Geen woord.
Maar daarna bleef het wel stil.
Waarom voelde ik me bijna schuldig, terwijl ik eigenlijk niets verkeerd deed? En waarom lukt het anderen soms moeiteloos om gedrag goed te praten waar een ander juist last van heeft?
We kunnen ons schuldig voelen zonder iets verkeerd te hebben gedaan. En we kunnen ons volkomen onschuldig voelen, terwijl we een ander wel degelijk tekortdoen.
Je onschuldig voelen is niet hetzelfde als onschuldig zijn.
Misschien zeg je weleens: 'Maar ik bedoelde het toch goed?' wanneer je wordt aangesproken op je gedrag. En vaak klopt het ook: de intentie was goed. Toch kan een goede intentie samengaan met gedrag dat de ander pijn doet. Zo'n opmerking helpt zelden de verbinding.
Onschuldgevoelens voelen prettig. Een vorm van controle over hoe we gezien worden. Ze laten ons geloven dat we niemand kwaad doen. Zolang je vooral je eigen onschuld beschermt, hoef je niet werkelijk stil te staan bij de impact van je gedrag. Dan leg je uit waarom het logisch was of benadruk je je goede bedoelingen.
Maar je verliest het contact met je eigen schaduwkant.
Hoe we schuld en onschuld ervaren, leren we al vroeg. Als kind voelen we feilloos aan wat nodig is om erbij te blijven horen in ons gezin.
Misschien leerde je je al schuldig voelen als iemand teleurgesteld kijkt. Later kun je je dan schuldig voelen wanneer je gewoon een grens aangeeft, zoals ik in het theater.
Of je leerde juist dat je vooral voor jezelf moet opkomen en stevig moet staan. Dan kun je oprecht verbaasd zijn als iemand zich gekwetst voelt door jouw gedrag.
Daarom zijn schuldgevoelens en onschuldgevoelens geen betrouwbare graadmeter voor verantwoordelijkheid.
Volwassen verantwoordelijkheid begint met de bereidheid om eerlijk te onderzoeken wat jouw aandeel is. Daarvoor moeten we onze oude loyaliteiten leren herkennen. Zodat we ons niet meer automatisch schuldig voelen om dingen die niet van ons zijn. En ons ook niet langer hoeven te verschuilen achter onze onschuld wanneer we wel verantwoordelijkheid te nemen hebben.
Een volwassen balans waarin je schuld durft te dragen zonder erin te verdwijnen. Waarin je kunt voelen: Ik heb iets gedaan wat impact had. Ik heb mezelf beschermd op een manier die een ander raakte.
Dan wordt schuld niet per se een veroordeling en onschuld niet langer een schuilplaats, maar een uitnodiging tot passende verantwoordelijkheid.